(?)

 (?)

Christendom einde van oude gebruiken en natuurgeneeskunde

De christelijke kerk maakte zich van de jeugd meester en de kennis van de samenhangen werd vervangen door een dualistische leer van God en de duivel.  Door verraad en verklikdiensten werd de oude cultuur zo goed als geheel vernietigd, de oude gebruiken  werden omgebogen tot kerkelijke feesten. 

Van toen af werd het volk geleerd dat de voedingsgewassen, die de mens voor zichzelf verbouwt, van God afkomstig waren, het vanzelf opkomende wat we nu onkruid noemen was afkomstig van de duivel. De van oudsher heilige beschouwde kruiden kregen nieuwe namen als; duivelsbeet, duivelsdrek, duivelsklauw. De natuur werd, evenals het menselijk lichaam en evenals de vrouw als minderwaardig beschouwd en veracht.  Zo eindigt een cyclus van natuurgeneeskunde.

Slechts een deel van de kruidkunde bleef bestaan, onder het landvolk van geslacht op geslacht doorgegeven.  Het oude inzicht in samenhang werd verwrongen tot de zogenaamde signatuurleer: de kruiden waren door Onze-Lieve- Heer ten bate van de mens van een teken voorzien.  Het was de oude kennis, maar op een nieuwe manier geïnterpreteerd, men weigerde te zien, dat een bepaalde kosmische vormkracht overal hartvormen doet ontstaan. De kerk had de mensen hun goden afgenomen en daarvoor in de plaatst een God gegeven. Zo verloor de mens kijk op het begrip voor de achtergronden van zijn leven en klampte zich nog slechts vast aan de overgeleverde gebruiken. Zo werd de mensheid dom gehouden, hun zelfdenkend vermogen werd afgenomen.